Leren van multimedia (2) nabijheidsprincipe

Het nabijheidsprincipe: plaats geschreven of gesproken tekst naast de corresponderende afbeelding

Dit tweede principe uit de multimediatheorie beschrijft dat corresponderende (geschreven of gesproken) woorden en afbeeldingen ook daadwerkelijk bij elkaar geplaatst worden op het scherm. De ontvanger hoeft dan niet te zoeken, informatie te onthouden of zelfs fysieke acties te ondernemen als scrollen of de pagina omslaan. Hierdoor is er meer ruimte en aandacht over in het geheugen om te besteden aan de verwerking van de leerstof. Laten we eens zien hoe dit werkt:

Stel dat we het voorbeeld van de bloedsomloop nogmaals nemen. Leest u wederom onderstaande tekst:

  De bloedsomloop zorgt ervoor dat het bloed efficiënt door het lichaam gaat.
  De bloedsomloop ziet eruit als het cijfer 8 en bestaat uit 2 delen:

  1. Kleine bloedsomloop: van het hart naar de longen en terug
  2. Grote bloedsomloop: vanuit het hart naar alle delen van het lichaam en terug

Voor een afbeelding van de bloedsomloop, klik hier.

  (bron: hartstichting.nl)

U wordt nu gevraagd de verbale informatie te onthouden en toe te passen op de afbeelding in een ander scherm. Misschien klikt u nog eens heen en weer om te zien of u het goed begrepen heeft. De aandacht en ruimte die u hiervoor nodig heeft, geeft een negatieve belasting op het werkgeheugen. Deze kan immers minder capaciteit besteden aan het verwerken van de leerstof.

Klinkt gek, maar dit gebeurt vaak. Ook als u verwezen wordt naar onder aan de pagina of zelfs de volgende pagina. Bij de behandeling van het multimediaprincipe kwam al aan de orde dat het koppelen van de visuele en verbale informatie essentieel is om actief en betekenisvol te leren.

Beter en waarschijnlijk ook gemakkelijker leest de volgende combinatie:

   De bloedsomloop zorgt ervoor dat het bloed efficiënt door het lichaam
gaat. 
De bloedsomloop ziet eruit als het cijfer 8 en bestaat uit 2 delen:

  1. Kleine bloedsomloop: van het hart naar de longen en terug
  2. Grote bloedsomloop: vanuit het hart naar alle delen van het lichaam en terug

   (bron: hartstichting.nl)

Nu wordt u geholpen om een correcte mentale visuele representatie te maken bij de verbale informatie: deze staat er namelijk al. Door de woorden direct te koppelen aan de afbeelding worden sneller relaties gelegd, wordt de leerstof betekenisvol en is er voldoende capaciteit beschikbaar. Beide kanalen worden tegelijkertijd benut (dual coding) en er is sprake van een gunstige belasting.
Wanneer een afbeelding ondersteund wordt door kernbegrippen is het gunstig deze begrippen in de afbeelding te plaatsen, zoals ook in dit voorbeeld is gedaan. Het werken met een legenda of andere symbolen waarbij de lezer moet zoeken, geven wederom een negatieve belasting.

De afbeelding dient uiteraard relevant te zijn. Is het dat niet, dan leidt het de aandacht af van de leerstof. In deel 6: coherentie-principe wordt besproken hoe een afbeelding het leerproces kan schaden door irrelevantie. Vaak zijn dit afbeeldingen die dienen ter decoratie, zoals een ‘leuk’ plaatje of een representatie van iets (in ons voorbeeld een afbeelding van de bloedsomloop zonder de verdere informatie).

Goede afbeeldingen…

  • laten de relatie zien tussen concepten, zoals een statistische plot of de bloedsomloop hierboven
  • geven de veranderingen in een object over tijd weer, zoals een procedure op de computer
  • illustreren verborgen relaties, zoals de gang van de lucht tijdens een ademhaling of moleculaire structuren

Feedback

Het principe van nabijheid geldt ook voor het geven van feedback: zorg dat de feedback gegeven wordt bij de taak of vraag. De student kan dan direct de bron met de feedback vergelijken en hieruit conclusies trekken. Wanneer  de feedback onder aan de pagina staat of op een nieuw (pop-up) scherm verschijnt, geeft dit wederom een negatieve belasting: de student dient de informatie te onthouden, te zoeken naar de juiste plek en vervolgens te vergelijken en te evalueren.

De psychologie hierachter

Het tegelijkertijd aanbieden van corresponderende woorden en afbeeldingen zorgt voor een minder vol werkgeheugen: relaties worden al gelegd en je hoeft tekst en plaatjes niet meer bij elkaar te denken. Hierdoor is meer capaciteit over in het werkgeheugen, waardoor sneller betekenisvolle relaties kunnen worden gelegd.
Wanneer deze apart worden aangeboden geeft dit cognitive overload en ‘split attention’: een deel werkgeheugen wordt eigenlijk ‘weggegooid’ of gebruikt voor nutteloze dingen.

Samenvattend:

  1. Door corresponderende woorden en afbeelding naast elkaar te plaatsen wordt het werkgeheugen effectief gebruikt
  2. Hierdoor kunnen snel betekenisvolle relaties worden gelegd waardoor de leerstog goed verwerkt kan worden
  3. Gescheiden woorden en afbeeldingen geeft overload en negatieve belasting: dit is nadelig voor het leren
  4. Deze principes gelden ook voor het geven van feedback: doe dit nabij de opdracht zodat de student een en ander kan koppelen en verwerken.

 

In deze blogreeks worden de 7 principes van de cognitieve multimediatheorie van Mayer behandeld. Voor een overzicht van deze principes en een introductie van de werking van het geheugen, zie leren van multimedia: introductie

 

Bronnen

Afbeelding bloedsomloop: hartstichting.nl

Clark, R., & Mayer, R. (2008). E-learning and the science of instruction: proven guidelines for consumers and designers of multimedia learning. San Francisco: Pfeiffer.

Mayer, R.E. (2007). Learning and instruction. Upper Saddle River, NJ: Pearson Merrill Prentice Hall.

Mayer, R.E. (2009). Multimedia learning. Cambridge University Press: Cambridge.

Wat zoekt u? Druk op Enter om te zoeken

blogserie leren van multimediablogserie leren van multimedia